We bezoeken Maleisië per groepsreis met eigen vervoer en ook per openbaar vervoer. We vliegen op Singapore en per bus reizen we de grens over naar Melakka, onze eerste stopplaats. Hier ontdekken we de binding met ons eigen landje. Volgende stop is het Taman Negara National Park, waar we vooral veel wandelen.




We maken een korte stop in Kuala Lumpur waarna we met het vliegtuig naar Borneo gaan.




Onze eerste stop is Kuching, de stad van de katten. De volgende dag bezoeken we Semengok Rehabilitation Wildlife centre, een opvangcentrum voor orang oetans, wow wat mooi om die dieren te zien! Volgende stop is Bako NP. Hier maken we kennis met vreemde apen die Hollanders worden genoemd. We maken mooie wandelingen en vermaken ons hier prima.



Na Bako, vliegen we van Kuching naar Miri en vandaaruit met een klein vliegtuigje naar Mulu NP. In Mulu NP maken we verschillende wandelingen en bezoeken daarbij ook verschillende grotten, compleet met vleermuizenpoep waar allerlei insecten in krioelden, ieuw.


We varen met bootjes en wandelen de Melinautrail en overnachten bij Camp 5. Vervolgens overnachten we bij de Iban en lopen we de koppensnellersroute.









Na vier dagen actief in de jungle, zonder douche, genieten we weer van de luxe van een hotelkamer. Onze volgende stop is Kota Kinabalu. Daar zouden we Mount Kinabalu gaan beklimmen in twee dagen, helaas was ik geveld door een keelontsteking, dus hier zagen we vanaf. Wel hebben we zelf korte wandelingen in het park gemaakt en de geweldig grote Rafflesia bloem gespot. We varen naar onze volgende bestemming: Pulau Manukan. Hier hebben we niet veel meer gedaan dan wat snorkelen en luieren aan het strand. Een relaxt einde van onze actieve rondreis door Maleisië.




